|
Op dit moment geen aanbod
Het Engelse merk AC is in ons land nauwelijks bekend. Toch heeft juist dit merk al een behoorlijke geschiedenis achter de rug. Twee ambitieuze Britse zakenlieden, de heren Portwine en Weller, besloten in 1900 een autofabriek te starten. Natuurlijk was het geen fabriek zoals we die vandaag-de dag kennen, maar zoiets als een schuurtje waarin net twee automobielen pasten. Ze deden het wel meteen goed. Hun eerste product werd in 1902 op de jaarlijkse Londense automobieltentoonstelling geïntroduceerd: een 4,5 liter limosine. Al spoedig bleek dat Portwine en Weller daarmee te hoog hadden gegrepen. Ze deden het wat rustiger aan en ontwirpen in 1903 een auto die kleiner en betaalbaarder was: een voertuig met slechts één voorwiel dat als gevolg daarvan Auto-Carrier, kortwerg AC werd genoemd. Deze AC-driewieler werd aangedreven door een lichte ééncilinder motor en bleef ruim twintig jaar in produktie. Weller en Portwine wilden echter meer. Kort na de Eerste Wereldoorlog presenteerden ze een vierwielige AC met viercilinder motor en legden de basis voor verschillende zes- en acht-cilinders, die later volgden. Na 1945 concentreerde het Engelse merk zich vooral op de bouw van sportwagens, een produktie die hoofdzakelijk op de Amerikaanse markt was gericht. In 1966 en '68 werd de vierentwintiguurs race van Le Mans door de Amerikaan Carroll Shelby gewonnen in een AC, een door hem ingrijpend gewijzigde auto, die op kleine schaal in produktie is geweest: de AC Cobra. Na de oorlog werd in opdracht van de Engelse overheid ook gestart met de produktie van driewielige invalidewagentjes.(Autovisie Jaarboek 83)
|